Betekenisloos (Gerome)

In mijn column van september 01/10/2018, schreef ik over mijn ambivalentie over taal en woorden die eens in de zo veel tijd opspeelt. Het is weer zover: mijn ambivalentie speelt hoogpolig op.

Terwijl ik bezig ben met een column die aansluit op die van vorige maand over dat ‘nee zeggen okay is’, overvalt me het gevoel van: waar ben ik nu weer duiding aan het geven? Dat geduid. Ik stop en begin om me heen te kijken en terwijl ik mijn blik rustig laat ronddwalen neem ik de voorwerpen in me op zoals ik ze zie, zonder ze te benoemen of een naam eraan te geven. De ene na de andere associatie die ik aan een voorwerp heb gekoppeld waar mijn blik op valt, begint zich los te koppelen. De tafel waaraan ik schrijf betekent niets meer. De stoel waarop ik zit betekent helemaal niets meer. Het blauwe schilderij aan de muur is in zijn blauwheid volstrekt betekenisloos. Niets. Mijn handen betekenen niets meer. Enzovoort. Het punt dat ik niets meer begrijp van de ruimte waarin ik me bevind, neemt het over.

Er is niets meer.

Op zulke momenten tikt de schrijver Samuel Beckett meestal als eerste op mijn schouder. Ik houd van zijn taal, de dynamiek die naar de essentie gaat, het minimale en onopgesmukte. Het dilemma van het vastleggen van de werkelijkheid in taal – of de onmogelijkheid van een getrouwe weergave – staat centraal in zijn werk. Ik pak een willekeurig boek van Beckett. Hierbij drie citaten die naar me toe komen:

“She felt, as she felt so often with Murpy, spattered with words that went dead as soon as they sounded; each word obliterated before it had time to make sense, by the word that came next, so that at the end she did not know what had been said . It was like difficult music heard for the first time.”

Samuel Beckett, Murphy.

They are not memories no he has no memories no nothing to prove he was ever above no in the places he sees no but he may have been yes skulking somewhere yes hugging the walls yes by night yes he can’t affirm anything no deny anything no so one can’t speak of memories no but at the same time one can speak of them yes

Samuel Beckett, How it is

“Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.”

Ben ik met Beckett te lezen en te citeren weer betekenissen aan het opzoeken om het betekenisloze te vangen…?, is de vraag die bij me opkomt. Tja, het is een fragiel gebeuren. Ik merk dat ik neig om te gaan redeneren. En één ding voor nu is zeker: in redeneren kan ik niet zijn. Niets.

© Gerome, augustus 2020

Noot

Samuel Barclay Beckett (Foxrock, Dublin, 13 april 1906 — Parijs, 22 december 1989) was een Ierse (toneel)schrijver en dichter. Hij studeerde Frans, Italiaans en Engels aan het Trinity College in Dublin van 1923 tot 1927. Murphy , voor het eerst gepubliceerd in 1938, is een avant-garde roman. Zijn bekendste boeken zijn waarschijnlijk de drie die bekendstaan als de “trilogy”: Molloy (1951), Malone Dies (1951 in het Frans, in 1958 vertaald in het Engels) en The Unnamable (1953, vertaald in 1960). Beckett is het meest beroemd geworden door het toneelstuk Waiting for Godot uitgebracht in 1952. Hij kreeg de Nobelprijs voor Literatuur in 1969 en ligt begraven op het Cimetière du Montparnasse in Parijs.

, ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie