Ambivalentie over taal en woorden (Gerome)

Mijn ambivalentie over taal en woorden speelt weer eens op. Een keer in de zoveel tijd is het daar, deze ‘taalistische’ ambivalentie, waarbij ik de gedachte niet kan loslaten om tot een beperkt aantal kernwoorden te komen die alles omvattend zijn. Zonder overigens alle ‘wonderschone’ woorden die onze taal rijk is tekort te willen doen. Wellicht kunnen deze woorden later herintreden. 

Tegenwoordig wordt zoveel geverbaliseerd, dat ik het gevoel heb: putten we de taal niet uit. Dan hoor en zie ik overal om me heen woordenstromen die ploegen, buigen en trekken. De hoeveelheid woorden keer gedachte keer tekst of dialoog keer begrip keer interpretaties, enzovoort. Al die woorden die over elkaar heen struikelen om gehoord te worden. De begrippen die lang uitgerekt worden of met elkaar botsen, de volle vaart van de interpretatie en zinnen die langs elkaar zoeven met als kers op de taart interpuncties die genoodzaakt zijn op de rem te trappen. Enigszins orde op zake houden.

Woordloos

Wat zou er gebeuren wanneer de woordstromen tot stilstand komen?
We laten de dingen laten zoals ze zijn. Ze hoeven niet meer in de schema’s in te passen die ons worden voorgeschreven door de structuren van onze taal. Even geen ratelen maar een vertragen. De betekenissen die achter woorden zijn verscholen kunnen tot zichzelf komen en kunnen schoongewassen worden van herinneringen en verwachtingen. En in het geval dat er geen woord meer opkomt, staat het vooruitzicht om als een mimend persoon door het leven te gaan, me nog niet eens zo tegen.

Wordless Country

De liefhebber van neologismen in mij verschijnt. Ik hou van nieuwe en open woorden die een eigen dynamiek oproepen. Wellicht kan er een kernwoord gemaakt worden dat het alles omvattende aanraakt. Een alles omvattend kernwoord dat zowel op de hoofdlijnen als in de details van het leven helderheid schept.

Het is wel belangrijk dat dit woord ten alle tijden zijn autonomie behoudt en bestendig is om op de loer liggende interpretaties soepel te weerstaan. Het mag niet gevangen worden in het begripsvermogen van een ander opkomend woord dat ook wil gloriëren.

Kurt Schwitters

De veelzijdige, inspirerende en tijdloze kunstenaar Kurt Schwitters komt in me op. Hij was een belangrijk gezicht van de dada-beweging in het begin van de vorige eeuw. De dadaïsten bespotten en de-conditioneerden destijds op brutale wijze de bestaande situatie in de wereld. Juist ook met taal.

Gedicht

b
  f
  bw
 fms
 bwre
 fmsbewe
beweretä
fmsbewetä
p
beweretäzä
fmsbewetäzä
p
beweretäzäu
fmsbeweretäzäu
pege
fmsbewetäzäu
pegiff
Qui – E

Verklanken van taal voor een nieuwe leegte waarin de zintuigen ververst worden en onwennigheid vooral een uitnodiging is. Ik nodig je graag uit om dit gedicht hardop in je gedachten te zeggen. Er zit een uniek ritme in verscholen. Van de dada-gedichten bestaan bijzondere geluidsopnamen. Ze ontroeren me als ik ernaar luister en blijven voor mij door de innerlijke vitaliteit iets tijdloos behouden, een druppeltje dada in de gedigitaliseerde samenleving is weldadig.

Woorden scheppen geen feiten, ofwel ze beschrijven feiten of ze vertekenen die. Een feit is op zichzelf non-verbaal. Het gedichtDe wonderlijkste drie woorden’ van de Poolse dichteres Wisława Szymborska, die de Nobelprijs voor Literatuur in 1996 won, laat ik hier graag bij aansluiten.

Wanneer ik het woord Toekomst uitspreek,
vertrekt de eerste lettergreep al naar het verleden.

Wanneer ik het woord Stilte uitspreek,
vernietig ik haar.

Wanneer ik het woord Niets uitspreek,
schep ik iets dat in geen enkel niet-bestaan past.

‘Uitzicht met zandkorrel’, vertaald door Gerard Rasch

Even flitst er een moment voorbij van een verstild land, waarin het uitspreken van woorden speels en verkennend is. Wanneer woorden op waarheid gegrondvest zijn en echt op de proef worden gesteld, bevatten ze hun eigen kracht. Een vloed van woorden is zo voorbij, beter is het ze te bewaren in ons hart.

© Gerome, 1 oktober 2018

Bronnen

Kurt Schwitters (1887-1948) was een belangrijk gezicht bij het dadaïsme, zijn collages zijn met ironie doordrenkt en een protest tegen de schijnheilige beschaving. Onder de naam MERZ begint Schwitters in zijn geboorteplaats Hannover een kunstbedrijf. Zijn kunstwerken verwijzen naar een innerlijke spanning voor abstractie en realisme, esthetica, rommel, kunst en leven.
De leden van Dada verzetten zich tegen alle normen van de burgerlijke cultuur: “Dada is anti-Dada”, huilden ze vaak. Het dadaïsme was een culturele beweging die tijdens de Eerste Wereldoorlog in het neutrale Zwitserland begon. Tussen 1916 en 1924 kent de stroming zijn belangrijkste periode. Hun creaties druisten in tegen alle traditionele uitingsvormen in die tijd, en dus ook die van de kunst.

Wisława Szymborska (Bnin (Kórnik), 2 juli 1923 – Krakau, 1 februari 2012). Haar geserreerde oeuvre bevat circa 350 gedichten en is vooral speels en ironisch. Haar poëzie is geen vergrootglas op gebeurtenissen of gevoelens, maar een microscoop waaronder ze gefileerd hun oorsprong laat zien. Of hun mogelijke oorsprong, want ze was niet iemand met eenduidige, strenge en stellige uitspraken. In 1996 kreeg zij de nobelprijs voor haar poëzie.

Tip:

Als je de column met anderen op Facebook wilt delen, klik dan op ‘Pagina leuk vinden’, helemaal onderaan in de voettekst.

Nog geen reacties.

Geef een reactie