Alles wit – ijs-wit (Dirk Oegema)

Leven en dood is het thema waar mijn columns over gaan. Dit keer gaat het over mijn ervaring met een witte wereld.

Alles wit. IJs-wit. De wereld wit. Eindeloos veel tinten wit. Ik laat me voorzichtig zakken in de stille wereld die zich aandient. Nee, het is directer. Die me wordt aangeboden. Zoals ze zich aanbiedt in al haar naaktheid. Zo neemt ze me, met alles wat ze is. Het kost me moeite me te openen. Telkens dwaal ik af, als bij een vrijpartij. Het kost tijd en moeite voor ik aankom in deze fysieke werkelijkheid. Bij de is-heid van deze witte wereld. Hoe ik zelf stil word, uiteindelijk zelfs stilte ontmoet in mijn eigen hoofd. De kou transformeert in zuiver, het wit in stil. Hoe het mij langzaam vult. En leeg maakt. Zuiver wit. Iets langzamer adem ik in, vertraag. Voel ik kou die me zacht aanraakt, van binnen. Mijn adem verdwijnt in haar ruimte, in grijs-witte wokjes, geeft zich, lost op in niets.

Dirk - witte wereld

Elk beeld dringt langzaam in mij door. Ik blijf kijken, zonder dat ik goed snap wat ik hier doe. Links van mij bomen, zwart en donker tussen mij en de lage zon. Silhouetten, waar elke kleur uit is verdreven door zoveel licht weerkaatst door zoveel wit. Donkere stammen eindigen hoger in de lucht in een woud van takken en takjes. Zwaar van de rijp delen die weer in het licht, in scherp contrast met de stam die ze draagt.

Rechts van mij laag na laag bomen. Wit, maar aan deze kant met zachte, lichte tinten. Goud, groen, geel… Duidelijk bevroren, koud, maar vreemd genoeg zo zacht, zo vol warmte. Vorst die oplicht en zacht gloeit in de zon. De zon die als een spotlight tussen de dunne wolkjes door komt, op zoek naar de mooiste stukjes. Ze er feilloos uitpikt, uitlicht, telkens opnieuw, anders. Mijn blik probeert de beweging te volgen, bij te houden. Springt van plek naar plek, zonder een vast punt te vinden. Het is overal.

Het gekke is dat niets beweegt. Geen leven verraadt zich. Ja, de kraaien, die warmbloedige dieren. Maar die zijn geen deel van deze witte wereld. Fremdkörper. Te gast zijn ze, meer niet. Zoals ik. Hun beweging, hun lawaai verraadt ze. Als toeristen. Ze komen en ze gaan, maar blijven niet. Maar elke stap op de grond wordt geschreven in dunne stille sneeuw.

Dan, boven mij, de paniek van grauwe ganzen. Dat getuigt van meer respect. Uiteindelijk strijken ze neer, veel verderop, in wat ze niet zochten en worden toegedekt door die stille deken. Niets beweegt, opnieuw. Vreemd, zoals elke beweging het leven heeft verlaten. Zo volkomen stil. En tegelijk zo intens aanwezig. Het leven, de dood, de levende dood. Met absolute overmacht.

Het doet me goed. Geneest ouwe wonden, heelt pijn die ik vergeten was. Het leven, jij, zo dicht bij me. De verrassing van deze intimiteit, elke keer. Nooit voorzien, nooit begrepen. Telkens verrast door jou. Jij, dichtbij.

© Dirk Oegema
1 februari 2017

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!