Aflopend Tij

Een vriendin belt. Beetje vanuit de afstand, zij is vooral de vriendin van mijn vrouw. En tegelijk slinkt de afstand met de jaren. Met regelmaat kijken we elkaar aan gedurende de laatste veertig rondjes rond de zon. Ze belt mij als haar voordeur niet meer open of dicht wil. Of als het toilet niet meer doorspoelt als je op de hele oude drukknop drukt.

Ze belt eerst mij. De huisbaas is totaal in trance door de stijgende prijzen in de Amsterdamse Pijp en gelooft in het einde van elk huurcontract. Vanwege de opgelopen achterstand in het onderhoud betaalt ze hem nog amper. Zegge en schrijve 170 euro per maand.

Maar ze belt voor iets anders. Of ik een notaris weet. Om vast te leggen alles wat steeds meer onzeker wordt. De directe aanleiding was de brandweer die één hoog dwars door de gesloten voordeur de gang op kwam. Achter de mannen stond de schoonmaakster. Mijn vriendin lag te slapen, had niet opengedaan toen die aanbelde. Te laat in elk geval. De hulp had de sleutel vergeten, was in paniek geraakt toen er niet opengedaan werd en belde 112. Zo gaat dat, als je wat ouder bent en niet meer alles zelf doet. De verzekering betaalt niet voor de deur. De huiseigenaar doet zorgvuldig niets, beantwoordt dus ook niet haar email.

Het benauwt haar, dat gevoel overgeleverd te zijn. Het benauwt, het leven in deze richting. Het aflopend tij, het water dan steeds ondieper wordt. Je ziet steeds meer bodem. En ziet steeds duidelijker dat het water beweegt. Hoe snel het eigenlijk stroomt, niets houdt het tegen.

Ook niet de notaris. Dat weet ze wel. Maar het hoort er allemaal bij. Bij onze onhandigheid met deze dingen. Het einde van de film. De finale. Of die nu een jaar duurt of 10 of 20. Allemaal woorden. Het laatste? Wat weet ik ervan? Schiet door me heen dat ik ook weinig weet van het eerste. Ik weet niet hoe het is, als je daar bent. Hoe is het daar?

© Dirk Oegema, 1 juli 2020

,

Nog geen reacties.

Geef een reactie