Aarde een Majesteitelijke realiteit (Lenie van Schie)

Er zijn plaatsen op Aarde, waar deze planeet, of zal ik zeggen Godin, zich in al haar Majesteitelijke Realiteit aan ons kenbaar maakt. Dat doet ze op een wel heel speciale manier in Mammoth Hot Springs. Ik word hier ook geconfronteerd met dat traditionele onderscheid dat op Aarde bestaat tussen dode en levende materie en lijk te begrijpen waar dat vandaan komt.

Mammoth Hot springs

Het is geen hoge berg waar vanuit de top, hete bronnen ontspringen. Hij is wel spectaculair of moet ik zeggen zij? Deze berg hier is vrouwelijk in haar hele gedaante. Ze ligt met al haar bronnen in de  uiterst noord-westelijke punt van Wyoming, tegen de grens met Montana en was lange tijd het meest bezochte oord  in Yellowstone. Er ligt hier ook een dorp met verschillende hotels en een toeristenbureau. 

Het was een half uur rijden vanaf de camping bij Norris waar ik verbleef. De weg erheen was opengebroken en pas vanaf 7 uur in de ochtend open voor verkeer. Hoog boven mij geen blauw getinte hemel, maar een grijze, dikke wolkenmassa die er mogelijk voor had gezorgd dat de toeristen voor één keer gedurende mijn week in Yellowstone, niet zo vroeg waren. Als ik om acht uur arriveer, is er nog maar een handjevol mensen en de parkeerplaatsen zijn leeg.
Ik parkeer mijn auto beneden bij een van houten trappen die naar boven voeren. Omhoog kijkend zie ik een grillig gevormde, grijzige, geheel droge steenmassa; een somber beeld onder de donkere lucht. Maar terwijl ik omhoog loop breekt de zon al door, licht het gesteente op, wordt de korrelige structuur zichtbaar en verdwijnt de somberte. Dit is travertijn, een steensoort die wordt gevormd uit de ‘neerslag van kalk uit met calciumcarbonaat oververzadigd water uit hete bronnen’. Het gesteente doet op het eerste gezicht poreus aan. Mogelijk komt dat door de celstructuur; waterdruppels worden hierin opgesloten en de vorst breekt het gesteente open.

Het hete water dat naar beneden stroomt en haar kalk afzet, heeft magnifieke terrassen gevormd. Ze liggen er hier, waar ik naar boven loop, droog bij. Het water stroomt elders vandaag, mogelijk ook morgen en de rest van de maand. Zeker weten we het niet. Water zoekt ook hier haar eigen uitweg en die uitweg verandert voortdurend.

Leven gevend water

Ik merk dat ik het water mis. Dat de in de zon oplichtende grijze steen ook iets doods heeft. Maar slechts enkele treden omhoog over de houten trappen, voorbij een bocht, stroomt het water. De terrassen zijn vernoemd naar de Godin Minerva. Een passende naam.
Vocht doet leven en dat is niet alleen een gevoel. Het grijze gesteente kleurt hier bruinig, een kleur veroorzaakt door micro-organismen die hier groeien. Ze worden thermofielen genoemd. Het zijn draadachtige bacteriën die zich onderling verbinden en zo ketens vormen. Het is haast onvoorstelbaar dat in dit ongelooflijk hete water leven mogelijk is. Maar juist hier zien we het begin van organische groei. Hier krijgen we een inkijkje in het ontstaan van het leven op aarde.

De kleuren variëren. Ze worden bepaald door de soorten micro-organismen die er groeien en dat is weer afhankelijk van de hitte van het water.

Kwetsbaar

Mijn blik glijdt over de terrassen, over de subtiele vormen, de kleuren; ze ogen zo kwetsbaar, deze stenige vormen. Zo bloot ook, alsof Aarde zich in al haar naaktheid aan ons laat zien. De Godinnennaam past hier. Het voelt alsof ze zegt: “Hier ben ik, zie me, ben met me, ervaar me, neem mij in je op”.
Dat is wat water doet. Ik ervaar hier een intense kwetsbaarheid en sensitiviteit, tederheid en delicaatheid. Dit water maakt me zacht en open, spreekt tot me. Laat me in haar oppervlak de oneindigheid zien van de lucht, een enkele wolk. Het dode staketsel van een boom komt in haar spiegel opnieuw tot leven. Water, het hoofdbestanddeel van ons lichaam, is een vrouwelijk element.

De grote moeder

De aanname dat al het leven in het water begint, wordt hier in de hete bronnen bevestigd. Leven ontstaat ook in koude wateren, in oceanen en meren.
In de oude tijden werd de oceaan geassocieerd met de grote moeder. De letter M is de syllabe em die een representatie is van de moedergodin als oer-water. Het woord voor moeder (mother, mutter, mama) begint met deze klank en dit woord (mater in latijn en matr in Sanskriet) heeft dezelfde wortel als materie, matriarchaal en matrimony. In de oude talen van het Sanskriet en Hebreeuws beginnen vrouwennamen met een M. Maria, Miriam, Maya of de naam van de Egyptische godin van rechtvaardigheid en ordening: Maat.
Het is de verloren symbooltaal die Harold Bayley ons opnieuw in herinnering brengt. Em houdt wezenlijk verband met de klank hum, de klank van de voortdurende dans van de kosmische energieën. Hum is de OM of  AUM, de universele klank van het universum.  In de oude tijden werd het AUM geassocieerd met de moederschoot, de womb.

De moederschoot staat voor de Omega. Samen met de Alpha, de mannelijke realiteit, vormt ze één geheel. God is, aldus het boek van de openbaring ‘de Alpha en de Omega, de eerste en de laatste.
Waar het vrouwelijke het leven draagt, is de man de bevruchter van dat leven. Zo ontmoet Yahweh zijn Shekina, Shiva zijn Shakti en Osiris zijn Iris. In de oude mythes zijn man en vrouw elkaars tegenpolen, twee gelijken die elkaar vinden in het heilige, het kosmische huwelijk. Juist in de vereniging van de tegendelen, ontstaat het leven. Alleen daar vindt een harmonische evolutie plaats.

Dood of levend

Onder invloed van de ontwikkeling van de filosofie en de wetenschap in de laatste twee eeuwen is steeds meer het idee ontstaan dat dat steen en rots, zand, klei en löss, alle grond, dode materie is. We noemen iets levend als het groeit: microben, bacteriën, schimmels, planten, dieren, mensen. Als we met onze ogen die groei niet kunnen waarnemen dan noemen we dat dood. En wat dood is, heeft geen bewustzijn.
Mijn ogen zijn het hier op het eerste gezicht mee eens, mijn hart ook. Als ik het water over de terrassen zie stromen, die ongelooflijke kleuren zie die hier ontstaan, dan is het onvermijdelijk: mijn hart reikt uit naar die vochtigheid, naar het water.

Leunend op de reling die langs de trappen loopt, kijk ik uit over de helling, zie ik de grijze droge terrassen en de gekleurde, vochtige. Geen wonder dat we die grijze materie dood noemen. Heeft dat misschien ook te maken met het feit dat ons eigen lichaam uit water bestaat? Dat we daarom alleen dat wat water bevat als levend herkennen? Ik raak erover in gesprek met een van de gidsen die hier rondlopen en hij verwijst me naar een stroming die panpsychisme heet. Een antwoord op mijn vraag vind ik daar niet. Wel zie ik hoe sommige wetenschappers deze stroming opnieuw omarmen. Want ze bestaat al heel lang. 

Panpsychisme

Het panpsychisme is de visie dat de psyche overal, in alles, te vinden is. Alles is bezield. Het is een van de oudste filosofische opvattingen, ontstaan in de Griekse cultuur en met name de filosofen Thales van Milete, Parmenides en Plato waren aanhangers van deze opvatting. In latere eeuwen waren het Spinoza en de mathematicus Leibniz, de filosoof Schopenhauer, de vader van de Amerikaanse psychologie William James en de Jezuïet en paleontoloog Teilhard du Jardin die uitgingen van deze visie. Ook in spirituele tradities als het Taoïsme, de Vedanta, het Mahayana Boeddhisme, de Keltische cultuur en uiteraard het Sjamanisme vinden we deze opvatting terug.
De opkomst van het positivisme in de wetenschap (alleen wat bewijsbaar is, is waar) zorgde in de 19e en 20e eeuw voor een teloorgang van de populariteit van deze visie. Maar we leven in een nieuwe tijd, met nieuwe wetenschappelijke inzichten. Het meest schokkende is de ontdekking dat zoiets als vaste stof niet bestaat. Als we kijken op het niveau van  moleculen, atomen en subatomaire deeltjes, dan blijkt elke vaste stof te bestaan uit energie. Alles vibreert, ook de tafelpoot en de stoelzitting. Zelfs plastic, dat spul dat onze oceanen vervuilt en de dieren die daar leven doodt, bestaat uit trillingen. Als alles energie is, wordt het gemakkelijker om die energie ook bewustzijn toe te kennen, en dat is waar het panpsychisme voor staat:

‘For every inside there is an outside,
and for every outside there is an inside;
though they are different, they go together’.
Alan Watts

De indigenous people hadden de wetenschap niet nodig. Met een goed functionerend zesde zintuig communiceerden ze met bergen, bronnen, rivieren en bomen. Ze bouwden tempels om de energie van Aarde te centraliseren en te kanaliseren. De vrijmetselaars in de Renaissance gebruikten die kennis in het ontwerp en de bouw van hun schitterende kathedralen. Vaak kwamen deze bouwwerken tot stand op plekken waar eerder oude tempels hadden gestaan.

Majesteitelijke bouw

Ik wandel verder over de houten loopplanken; langs grijze steen, een blauwe poel met stoom, dode bomen. En dan, helemaal aan het einde van de planken wandelgang, sta ik ineens oog in oog met een verblindend indrukwekkende berg. Water stroomt met volle kracht vanuit de top omlaag, over de met kalkpegels behangen terrassen en langs gladde, door kalkafzetting gevormde, spierwitte uitstulpingen. Het blijft staan in de door terrassen gevormde poelen, tot het over de rand spettert. Het geheel is een oogverblindende witheid die voortdurend lijkt te bewegen. Tussen de witheid bruine en witte vlekken die duiden op de aanwezigheid van de thermofielen.

Hier ontmoet ik Aarde in al haar glorie. Geen kwetsbaarheid hier, maar een majesteit. Onverwoestbaar triomfeert ze en ik sta gevangen in haar schoonheid, haar kracht, haar wezenlijkheid. Dit is Shambala, het mythische koninkrijk waar schoonheid en natuurlijke ordening als vanzelfsprekend het leven bepalen. Hier is Aarde de Godin.

‘Wat spiegelt Aarde mij hier?’, vraag ik me af. Want dat was immers mijn uitgangspunt bij deze serie over Yellowstone: te onderzoeken hoe Aarde in haar levende realiteit, een spiegel voor ons kan zijn. Hier laat ze mij zien hoe we Koning en Koningin zijn van ons eigen leven als wij ons zonder terughoudendheid durven laten zien in wie we zijn. Als we, in de woorden van Marianne Williamson, niet langer bang zijn voor het licht in onszelf. Deze berg doet het ons voor!

© Lenie van Schie 1 november 2018

Bronnen

Over panpsychisme: Christof Koch, Is consciousness universal?, in Scientific American, 1 januari 2014

Referentie van de grote moeder met water en de klank M: Margaret Starbird, Magdalene’s Lost Legacy, Vermont 2003, pag 10. Starbird verwijst hier naar Harold Bayley’s boek: ‘The lost language of symbolism’, 1912, 1974.

Shambala komt voor in de teksten die verbonden zijn met het Kalachakratantra en wordt gesitueerd ten noorden van de Himalaya, vaak geassocieerd met Tibet.

Marianne Williamson is een spiritueel leraar. Haar woorden: “Onze grootste angst is niet onze duisternis, maar om in het licht te staan”, komen uit: ‘A return to Love’.

Tip:

Als je de column met anderen op Facebook wilt delen, klik dan op ‘Pagina leuk vinden’, helemaal onderaan in de voettekst.

Nog geen reacties.

Geef een reactie